Artikel foto

Elia alleen in het veld nog een ‘tijger’

Geplaatst op 03-10-09 - 12:33
Eljero Elia heette een lastige jongen te zijn, maar is inmiddels aan het uitgroeien tot een internationale topvoetballer. De sierlijke aanvaller is zich nu meer dan ooit bewust wat er nodig is om te slagen als profvoetballer. “Ik ben een rustige jongen geworden. De tijger buiten het veld is getemd."



image

“Sommige mensen hebben niks te verliezen, maar ik alles. Als iemand me nu in de bus aankijkt en ruzie zoekt, draai ik mijn hoofd weg. Dan maar een pussy", aldus Elia in De Telegraaf. "En als een automobilist naast me opgefokt reageert en zijn middelvinger opsteekt, lach ik alleen maar. Ik ben nu op een bepaald voetbalniveau gekomen en wil daar blijven. Het WK in Zuid-Afrika lonkt en ik wil per se mee met het Nederlands elftal.

Elia werd als jeugdspelertje te licht bevonden bij Ajax. Toen een grote klap in zijn gezicht, nu is de Voorburger alleen maar blij dat het zo gelopen is. “Als alles in Amsterdam op rolletjes was gelopen, zou ik niet zo goed zijn als nu. Niks ten nadele van de club, want die behoort tot de mooiste van de wereld en daar had ik na FC Twente ook best voor willen voetballen. Maar ik denk dat er niet goed wordt opgeleid.”

“De jeugdteams winnen alles en daardoor wordt er geen vechtersmentaliteit gekweekt”, weet de Bundesliga-sensatie van Hamburger SV. ‘Het is volgens mij niet voor niks dat Demy de Zeeuw en Eyong Enoh nu de ontbrekende schakeltjes lijken. Dat soort types, bikkelaars, loopt er in de jeugd gewoon niet." Toch is de voorliefde voor Ajax nooit verdwenen bij de vleugelaanvaller.

“Spelen voor Ajax blijft mijn droom”, zegt Elia. “Ik zou later in mijn carrière daar graag nog eens willen voetballen. Terwijl ik niet eens een Amsterdammer ben. Maar Haagse en Amsterdamse bluf ontlopen elkaar niet veel." Martin Jol zal zich nog weleens achter zijn oren krabben als hij de atletische buitenspeler van HSV ziet spelen. Zeker als de Ajax-coach zich daarna weer moet behelpen met jongens als Kennedy Bakircioglü en Marko Pantelic.